De Voorhof, zondag 8 augustus 2010
Verkondiging bij I Korintiërs 14, 6-19 en Mattheüs 7: 24-29
Het wringt nogal eens tussen geloof en verstand. Dan staan ze op gespannen voet en lijken ze elkaar niet goed te verdragen. Vaak zit er iets dubbels, iets ambivalents in hun onderlinge verhouding. Enerzijds kan geloven niet zonder gezond verstand. Bijvoorbeeld om ons te behoeden voor allerlei bijgeloof - ik denk maar even aan de vroegere heksenverbranding. Maar ook om je grondig te bezinnen op de grote vragen van God, mens en wereld.
Anderzijds dreigt het gevaar dat geloven al te verstandelijk wordt, meer iets van ons hoofd dan van hart en handen. Dan loopt het snel uit op gortdroge discussies en dogmatische haarkloverij. Daar heeft het protestantisme nogal eens last van. Geloven leek in onze traditie nogal eens neer te komen op het verstandelijk beamen van de juiste leer. Maar goed, daar stonden we voor de vakantie al bij stil, toen het ging over ‘geloven als deugd' - één van de zeven.
Lees meer